Bedrijfsmatig vastgoed

Onder bedrijfsmatig vastgoed vallen verschillende types onroerende zaken. Zo kan onderscheid gemaakt worden in winkels, bedrijven en kantoren. Het doel waarvoor getaxeerd moet worden, maar zeker ook het soort gebruik bepaalt welke taxatiemethode gehanteerd moet worden.

Detailhandel

Zo kan om de marktwaarde van winkels te taxeren gebruik gemaakt worden van de ITZA-methode. Het pand wordt gezoneerd. De oppervlakte van de zone die in functioneel en economisch opzicht het beste scoort, wordt aangeduid als zone A. De zones met een lager score worden met een percentage gekwalificeerd In Termen van Zone A (ITZA). Die informatie gekoppeld met de marktinformatie wordt gebruikt om de waarde te bepalen.

Kantoren en bedrijven

Bij kantoorpanden, maar ook bij bedrijfspanden, wordt vaak gewerkt met een BAR/NAR-methode of met de DCF-methode. Het bruto aanvangsrendement (BAR) wordt uitgedrukt in procenten en wordt berekend door de huuropbrengst te delen door de investering. Bij het bepalen van het bruto aanvangsrendement wordt geen rekening gehouden met de exploitatielasten. Het netto aanvangsrendement (NAR) houdt hier wel rekening mee. De BAR-methode geeft geen inzicht in kasstromen. De DCF/NCW-methode (Discounted Cashflow/Netto Contante Waarde) doet dat wel. Bij kantoren en bedrijven, of ze nu voor beleggingen zijn of voor eigen gebruik, zijn dus diverse methodes denkbaar om tot een bepaalde waarde te komen.

Overig

Als er voldoende marktgegevens beschikbaar zijn kan gebruik gemaakt worden van de comparatieve methode om de marktwaarde te bepalen. Ook kan met huurkapitalisatie worden gewerkt. Met residuele methodes kan men veelal waardes bepalen van bijvoorbeeld de grond etc.

NRVT

Bij veel taxaties van Bedrijfsmatig Vastgoed wordt vereist dat de taxateur aangesloten is bij het NRVT. Lees hier wat het NRVT is, waarom het is opgericht en hoe het werkt.